thumb-Bussemaker

‘Geen reden om leenstelsel aan te pakken’

Het is nog veel te vroeg om het leenstelsel aan te pakken, zegt minister Bussemaker. Pas over drie tot vier jaar kan echt worden bekeken of minder studenten gaan studeren door het verdwijnen van de basisbeurs.

Verschillende studenten- en scholierenorganisaties stonden woensdag in Den Haag te protesteren tegen het leenstelsel. Ze riepen onderwijsminister Bussemaker op om meteen de basisbeurs weer in te voeren. Maar dat is de minister niet van plan, liet ze ’s middags tijdens een debat in de Tweede Kamer weten.

Net als de studentenorganisaties zijn SP, CDA en ChristenUnie geschrokken van de effecten van het leenstelsel. Uit rapporten van het ministerie van Onderwijs en de Onderwijsinspectie blijkt dat 15 procent minder jongeren uit gezinnen met laagopgeleide ouders zich hebben aangemeld bij de universiteit. En 20 procent minder studenten met een handicap hebben zich na invoering van het leenstelsel ingeschreven.

Gefaald

‘Als u niets doet, gaat u de boeken in als de minister van ongelijke kansen. U heeft gefaald als minister’, riep SP-kamerlid Jasper van Dijk. ‘Uw leenstelsel is ondoordacht en veel te snel ingevoerd’, viel Michel Rog van CDA hem bij.

Maar D66, GroenLinks, PvdA en VVD gingen meteen in de tegenaanval. ‘Door te roepen dat studenten zich diep in de schulden steken, ontmoedigt u jongeren actief om te studeren. Er is niemand die op basis van dit stelsel niet kan studeren’, begon Paul van Meenen (D66). ‘U zaait paniek’, meende VVD’er Duisenberg. ‘We wisten dat er een tijdelijke daling zou zijn en we doen precies wat we hebben afgesproken.’

Diep ademhalen

Volgens Bussemaker moet iedereen vooral even diep ademhalen en eerst eens rustig de cijfers bekijken. ‘Een tijdelijke afname was verwacht. En als we de voorlopige inschrijfcijfers bekijken, dan zien we juist weer een stijging van 4 tot 5 procent. Maar we kunnen pas over drie tot vier jaar echt zien wat de structurele effecten zijn.’

Wel hamert de minister erop dat ze er alles aan wil doen om kansenongelijkheid aan te pakken als dat nodig is. Daarvoor wil ze gaan samenwerken met onderwijsinstellingen, gemeenten en zorgorganisaties.

Vooral de afname van het aantal gehandicapte studenten vindt ze opmerkelijk. ‘Dat is onwenselijk. Wat de achtergrond van die daling is weten we nog niet precies. Maar een deel van de oplossing ligt er misschien in dat te weinig beroep wordt gedaan op het profileringsfonds van de universiteiten (waaruit onder andere studenten met een handicap financiële ondersteuning kunnen krijgen, red.). Misschien moet dat fonds een keer een andere naam krijgen’, zei ze.

01-06-2016