thumb-breeuwsma

Verdacht

De mensen vragen wel eens: ‘Breeuwsma, als columnist maak jij zeker heel wat mee?’ Dan antwoord ik naar waarheid: ‘Nee, ik maak nooit iets mee’.

Voorbeeldje: jaren geleden stapte ik op een lenteochtend het bed uit en kon meteen in alle vroegte op onze veranda gaan zitten; je zag aan alles dat het een prachtige dag ging worden. Als ik het in de winter niet zie zitten, denk ik aan zo’n dag.

Mijn vrouw had vrij en de kinderen hoefden niet naar de crèche. Het leek wel vakantie. ‘Toe, blijf jij nu ook thuis’, begonnen ze tijdens het ontbijt gedrieën aan mij te trekken, maar ik zei: ‘Nee, ik moet aan het werk.’ Hoewel er natuurlijk niets viel af te dingen op mijn arbeidsethos, zag ik aan hun gezichten dat ze het maar stom vonden. Ik beloofde niet te laat thuis te komen.

Toen ik even later naar mijn werk fietste, had mijn vrouw de jongens in een zwemvest gehesen. Dat was trouwens het enige dat ze aan hadden, waardoor ze er een beetje uitzagen als Fokke & Sukke. Ze zouden een tochtje maken met de roeiboot, eten en drinken mee.

Al na een paar slagen roeien raakte mijn vrouw echter met de roeispaan iets hards. Het bleek een vuilniszak te zijn, die doelloos in het water dreef. De zak moest, meende mijn vrouw, en haar bemanning stemde daarmee in, nader worden onderzocht: wat zat er in die vuilniszak? Er werd aan getrokken en in gepeurd en toen bleek er nog een vuilniszak onder te zitten en nog een en warempel vervolgens nog een. Wat er verder ook in zat, het was goed ingepakt, zoveel was duidelijk.

Kennelijk was er water in de zak gelopen, want ineens zonk hij de diepte in. Hier had het onderzoek kunnen stoppen, maar dan kent u mijn vrouw niet.

O ja, misschien is het goed dat ik er even bij vertel dat onze buurman destijds de seriemoordenaar Willem van E. was: het beest van Harkstede. Oké, hij woonde een kleine kilometer verderop, maar strikt genomen waren we buren, want tussen hem en ons woonde verder niemand. Hij zat indertijd al – met levenslang – opgesloten, maar enkele slachtoffers waren nooit gevonden en die waren mogelijk in het diep achter ons huis gegooid (Van E. mocht daar graag naar palingen vissen). De politie had ons op het hart gedrukt dat – mochten we ooit iets verdachts aantreffen – we dat zonder aarzelen moesten melden.

Mijn vrouw meende (of hoopte, dat is nooit opgehelderd) dat de vuilniszak in aanmerking kwam voor die kwalificatie: iets verdachts. Ze belde de politie. Tot haar stomme verbazing waren die binnen een kwartier met man en macht ter plekke. De weg aan de overkant van het diep werd afgezet met rood-witte linten. Ook kwamen er kikvorsmannen van de brandweer en journalisten van het Dagblad van het Noorden. Wat ze wel eens in een Engelse detective had gezien, ontvouwde zich nu voor haar ogen, zomaar op het Groningse platteland. De jongens vonden het prachtig.

Na eerst wat vruchteloos duiken, kwam na een tijdje een kikvorsman weer boven water: met de zak. Er ging een golf van opwinding door de rangen. Een journalist maakte foto’s. Een agent maande mijn vrouw de kinderen uit de buurt te houden, maar haar nieuwsgierigheid won het van haar verantwoordelijkheid. De zak werd opengemaakt…

De inhoud was zeer divers, zo kon worden vastgesteld, maar het viel allemaal onder de categorie huisvuil. Er was dus niks aan de hand, al was iedereen het erover eens dat een vuilniszak niet in het diep hoorde.

Het hele circus werd weer opgebroken. De linten werden opgeruimd en de weg toegankelijk gemaakt voor verkeer. Mijn vrouw verontschuldigde zich bij een rechercheur, maar die verzekerde haar dat ze er goed aan had gedaan te bellen en zei dat ze dat beslist weer moest doen als ze iets verdachts zag.

Toen ik ’s avonds thuiskwam, kreeg ik het hele verhaal te horen. Mijn vrouw vertelde met een mengeling van gêne en trots over alle commotie die ze had veroorzaakt. De jongens waren nog opgewonden over zoveel politie en brandweer.

Daarna vroeg mijn vrouw: ‘En, jij nog wat meegemaakt?’ ‘Nee, ik heb niks meegemaakt.’ Maar goed, dat zei ik al, ik maak nooit iets mee.

 

 

 

 

 

09-06-2016