20151208 - thumb - toppas

‘Iedere ouder in Groningen moet ons kennen’

Pas drie maanden zijn ze serieus bezig, maar inmiddels hebben Liselotte van der Lugt en Justine Doeksen al zo’n honderd meisjes in dienst. Met Toppas willen de studentes meer bieden dan alleen een oppasservice. ‘Ouders kunnen iemand eerder laten komen om bijvoorbeeld de was te strijken.’

Natuurlijk hadden ze ervaring met babysitten, die vraag had gerust achterwege kunnen blijven. ‘Als tiener paste ik al op toen ik bij m’n ouders woonde’, vertelt Van der Lugt. ‘En in Groningen pasten we met vier meisjes op twee kindjes. Onderling spraken we af wie zou gaan. De ouders konden er zeker van zijn dat er iemand kwam en hadden vrienden die ook wel zo’n constructie zouden willen.’ En Doeksen? Die kreeg oppassen dankzij het hebben van drie jongere zusjes met de paplepel ingegoten.

Het balletje begon te rollen. Per toeval bleek dat de buitenschoolse opvang in Groningen op maandag- en donderdagmiddag helemaal vol zat. Het sterkte hen in hun gedachte een bedrijfje op te zetten. ‘In de zomer hebben we er werk van gemaakt. Er is een website gebouwd en we hebben het concept uitgedacht. Op 29 september hebben we ons ingeschreven bij de Kamer van Koophandel’, legt Doeksen enthousiast uit.

Drie meisjes per adres

Met ‘het concept’ doelt de studente bedrijfskunde op de pouletjes van oppassers. Per vast adres worden drie meisjes toegewezen. ‘Ouders vinden het fijn als er een vertrouwd gezicht komt. Je laat er toch je kind bij achter’, stelt Van der Lugt. ‘We selecteren de meisjes van tevoren. Ze moeten aangedragen worden binnen het netwerk van meisjes dat al bij ons werkt. Als wij hen nog niet kennen, voeren we een kort sollicitatiegesprekje en laten we ze eventueel langskomen.’

‘We verbaasden ons erover dat dit nog niet bestond in Groningen’
Voor de oppassers is het zeker niet kinderen naar bed en languit op de bank. De handen moeten uit de mouwen. Doeksen: ‘Ouders kunnen iemand eerder laten komen om bijvoorbeeld de was te strijken. Of ze gaan met een kind mee naar zwemles.’ De prijzen liggen daardoor wat hoger dan de kosten voor een gemiddelde ‘prikbordoppas’.

‘Ouders die gebruikmaken van onze diensten betalen liever iets meer, maar weten dan zeker dat er een oppas komt. We zijn heel flexibel. Ook in het uitzonderlijke geval dat die drie meisjes niet kunnen, hebben we nog oppassers achter de hand. En dan doen ze dus ook nog klusjes. We verbaasden ons erover dat dit nog niet bestond in Groningen. Er is een markt voor, ouders en oppassers weten elkaar lang niet altijd zo gemakkelijk te vinden’, meent Van der Lugt.

Honderd procent op orde

De studente communicatiewetenschappen krijgt veel energie van het uitbouwen van Toppas. ‘Hoe meer ik ermee bezig bent, hoe blijer ik ervan word. Dat komt door alle reacties van ouders en vrienden.’ Voorlopig houden de twee het bij Groningen: ‘We willen het hier eerst honderd procent op orde hebben. Ons eerste doel is dat iedere ouder in Groningen ons kent’, klinkt het ambitieus.

‘Op dit moment zijn we zeker een paar uur per dag kwijt aan het bedrijf. We flyeren bij scholen, e-mailen, bellen. Het is voor ons belangrijk veel persoonlijk contact te hebben met de ouders’, vindt Doeksen. ‘Ik begin in februari aan mijn master, dus dat gaat wel druk worden. Maar na de opstartfase zal het wel wat rustiger worden’, gelooft Van der Lugt.

Af en toe is er zelfs tijd voor een borrel, bijvoorbeeld bij Vindicat, de vereniging waarbij ook een deel van het netwerk is aangesloten. ‘Maar de helft is ook van buiten. Je zult net zien dat er een groot feest is waar iedereen heen gaat, waardoor niemand meer kan oppassen’, lacht Van der Lugt. Doeksen vervolgt: ‘En als echt niemand kan? Dat zal niet zo snel voorkomen. Betrouwbaarheid en flexibiliteit staan voorop. Maar Liselotte en ik hebben afgesproken dat wij dan de eersten zijn die het feestje afzeggen.’

20151208 - toppas

08-12-2015