20160525 - thumb - huiler

‘Zeehondenopvang verstoort onderzoek’

In de nieuwe zeehondenopvang in Termunten kwam deze maand de eerste huiler binnen. Maar de RUG doet onderzoek in het Dollardgebied, en is bang dat de opvang het onderzoek zal verstoren.

Dit jaar start zeehondencrèche Pieterburen een onderzoek in samenwerking met Ton Groothuis, hoogleraar gedragsbiologie aan de RUG, om meer te weten te komen over de zeehondensituatie in het Dollardgebied. Het onderzoek sluit aan op een pilot die de crèche vorig jaar uitvoerde in samenwerking met de Universiteit Utrecht.

Die pilot wees uit dat je een eenzame huiler heus niet direct naar de opvang hoeft te brengen. ‘Zeehondenpups blijken minder kwetsbaar dan het lijkt’, zegt Groothuis. ‘Pups worden gezoogd door meerdere vrouwtjes, ook als zij geruime tijd alleen gelegen hebben. De vraag is of de pup opvangen niet leidt tot het onnodig scheiden van moeder en kind. Dat terwijl de consequenties ervan, zoals bijvoorbeeld het gemis van een socialisatieperiode, voor het jonge dier na vrijlaten onduidelijk zijn.’

Te enthousiast

Groothuis is bang dat de nieuwe zeehondenopvang in Termunten te enthousiast aan de slag zal gaan met het onderscheppen van alleen liggende pups. ‘Het weghalen van zeehonden uit het onderzoeksgebied maakt ons onderzoek onmogelijk.’

‘In de Dollard hebben de jongen veel meer rust dan elders’
Daarom diende de hoogleraar bij de staatssecretaris van Natuur een bezwaarschrift in tegen Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta, zoals de opvang in Termunten officieel heet. De bezwarenbrief werd ondertekend door het RUG-bestuur. Nu is de nieuwe zeehondenopvang woest.

Valse beschuldigingen

‘Wij vinden dat de RUG valse beschuldigingen doet’, zegt stichtingsvoorzitter Jeroen Boer. Het bezwaarschrift van Groothuis stelt dat het weghalen van zeehondenpups dierenleed veroorzaakt, en dat is een verdraaiing van de waarheid, aldus Boer. De situatie in de Dollard moet zeker onderzocht worden, geeft hij toe. Maar dieren aan hun lot over laten, gaat hem te ver. ‘Als een dier in nood is, dan zien we dat.’

Boer schermt met andere onderzoeken dan Groothuis. ‘Wij baseren onze protocollen op 45 jaar ervaring en een recent gepromoveerde onderzoeker’, verklaart hij. Hij doelt daarmee op het proefschrift van Nynke Osinga, promovendus aan de Universiteit Leiden. Zij deed zeven jaar onderzoek naar huilers, met compleet andere resultaten. Zo zouden zeehondenmoeders hun jongen juist nóóit alleen laten.

En dus maakt de voorzitter van de nieuwe zeehondenopvang zich op zijn beurt zorgen om het beleid van die andere crèche, Pieterburen. Volgens Boer vindt zijn ‘concurrent’ het doen van onderzoek belangrijker dan het welzijn van de dieren.

Van dertig naar drie

Pieterburen is het niet eens met de kritiek. De zeehondencrèche paste inderdaad haar beleid aan in verband met de pilotstudie uit 2015. Nam de opvang vroeger per jaar nog zo’n dertig pups uit het gebied op, vorig jaar waren dat er nog maar drie. Maar daar zijn gegronde redenen voor, verklaart bioloog Sander van Dijk van de zeehondencrèche.

‘In de Dollard blijven de zandbanken ook bij hoog water droog liggen, en daarnaast liggen ze vlak langs de weg’, zegt hij. In tegenstelling tot andere gebieden kunnen de jonge zeehonden daarom rustig op de zandbanken blijven liggen wanneer de moeder vis vangt, terwijl ze in andere gebieden genoodzaakt zijn om te zwemmen. ‘Daarom komen er tijdens het geboorteseizoen, dat twee weken duurt, zoveel zeehonden naar de Dollard. Daar hebben de jongen veel meer rust dan elders.’

Boer vindt het veel te voorbarig om het beleid aan te passen na een eenjarige pilotstudie. ‘We hebben hier een unieke situatie in de Dollard, met veel verstoring, en we willen het dier voorop stellen.’

Zeehonden in Groningen

• In Nederland komen zo’n 8000 gewone zeehonden en 3500 grijze zeehonden voor. De grijze zeehond is pas sinds 1983 weer terug in ons land, mede door een veranderende kustlijn en goede bescherming.

• Het geboorteseizoen van gewone zeehonden is van mei tot juni, terwijl de grijze zeehond van december tot januari jongen krijgt. De Dollard is dan ook exclusief een geboortegrond voor gewone zeehonden, grijze komen er niet voor. De afgelopen jaren is de populatie in de Dollard gegroeid tot zo’n 300 dieren.

• Osinga publiceerde in 2012 een artikel waarin ze stelde dat de zeehondenmoeders hun jongen nooit alleen laten, maar door verstoring vaak elkaar kwijt raken. Ook zouden de jongen zelden door andere moeders gevoed worden.

• Deze bevindingen zijn tegenovergesteld aan de observaties van Pieterburen in 2015.

• Pieterburen geeft aan door het onderzoek vorig jaar maar drie jongen uit de Dollard te hebben opgevangen, terwijl dat er in 2012 nog 37 waren. Volgens de oprichters van de nieuwe opvang Eemsdelta is het onderzoek een façade om minder dieren op te hoeven vangen en dus geld uit te sparen.

• De gemeente Delfzijl zegt voorlopig akkoord te gaan met de nieuwe opvang, maar zoekt wel samen met de stichting naar een nieuwe locatie. Vanwege wetswijzigingen beslist de provincie Groningen in 2017 of twee opvangcentra wenselijk zijn. De vergunning die nu door de staatssecretaris is uitgegeven, is tijdelijk.

• Ook Osinga geeft in haar proefschrift aan dat er meer onderzoek nodig is naar de uiteindelijke slagingskans van opgevangen huilers in opvangcentra.

25-05-2016