Minoren letteren op de schop

De minoren van letteren gaan op de schop. Ze moeten studenten voortaan voorbereiden op de toekomst.

Het aanbod aan minoren bleek voor veel studenten en buitenstaanders te onduidelijk. Ook bleek voor veel eerstejaars de vroege minorkeuze lastig. ‘Studenten kiezen ongefundeerd een minor en switchen dan of maken hem niet af, wat zowel faculteit als student geld kost. Dat kan efficiënter’, zegt vice-decaan Dirk Jan Wolffram.

In plaats van een minor over drie jaar en een vrije ruimte van 30 EC, wordt vanaf september volgend jaar toegewerkt naar een minor in één semester: het eerste semester van het derde jaar. De major gaat dan van 120 naar 150 studiepunten.

Toekomst

De minoren moeten ervoor zorgen dat studenten beter worden voorbereid op de toekomst, of ze nu een master gaan volgen aan de RUG, het onderzoek in gaan of op zoek gaan naar een baan. Daarom gaan opleidingen alle bachelorprogramma’s de komende jaren zo inrichten dat studenten kunnen kiezen uit vier soorten minoren: een pre-masterminor (voor makkelijke doorstroom naar masters die niet aansluiten op de eigen bachelor), een researchminor, een arbeidsmarktgerichte minor met stage en een buitenlandminor.

Verder blijft met goedkeuring van de examencommissie een universitaire minor aan een andere faculteit mogelijk en biedt letteren zelf ook drie minoren voor niet-letterenstudenten aan.

‘Voor vooral kleine opleidingen betekent het een stevige ingreep’, zegt Wolffram. ‘Er moet een majorvak in het eerste en tweede bachelorjaar bij, en de vrije ruimte valt grotendeels weg. Veel minoronderdelen van grote opleidingen, zoals de regiominoren bij Geschiedenis, kunnen keuzeonderdelen worden in de major, maar je hebt een hoop studenten nodig om al die keuzemogelijkheden aan te bieden.’

Een andere grote verandering is de omzetting van de talenminor bij Internationale Betrekkingen. Wolffram: ‘Uitgesmeerd over drie jaar een taal leren is te doen, maar taalverwerving in één semester? Onmogelijk, dus dat wordt een majoronderdeel.’

‘Geen bezuiniging’

Een efficiënter minorenbeleid bespaart kosten, maar, zegt Wolffram: ‘Het is geen bezuinigingsmaatregel; we hopen dit budgetneutraal te kunnen doen.’

Hoe de studenten zich over de nieuwe minoren gaan verdelen is koffiedik kijken, volgens Wolffram: ‘We gaan op tijd peilen wat studenten denken te gaan kiezen, zodat we weten hoe groot de belangstelling is.’

 In september 2016 start een eerste lichting eerstejaars met een propedeuse van 60 EC. De ouderejaars en niet-letterenstudenten blijven nog even het oude programma volgen. Vanaf 2017 komt er een overgangsregeling en in 2018 worden alleen de nieuwe minoren nog aangeboden.

Studentenpartij Alpha staat in elk geval niet negatief tegenover het nieuwe beleid. ‘We betreuren de verdwijning van de talenminoren, al is het logisch; straks kunnen studenten van kleinere studies bijvoorbeeld geen minor Spaans meer volgen. Maar we juichen vooral de research- en arbeidsmarktgerichte minor toe; het is goed dat er meer aandacht komt voor de arbeidsmarkt, omdat niet alle letterenopleidingen daar een even duidelijke link mee hebben. Het nieuwe minorenstelsel is, ook doordat het gelijkloopt met de rest van de universiteit, voor studenten veel makkelijker en duidelijker. In je derde jaar ben je straks één semester bezig met je minor, de rest van het jaar schrijf je je scriptie’, zegt fractievoorzitter Sander van ’t Hof.

Het voorstel voor het nieuwe minorenbeleid wordt vrijdag besproken in de faculteitsraad.

11-02-2015