Coach hoort je niet!

Dick-Peter Vis is coach van het tweede team van studentenfutsalvereniging Drs. Vijfje. Puntje: híj is doof, maar zijn spelers horen.

Gek is hij op zaalvoetbal. Al vanaf zijn achtste. ‘De kracht van zaalvoetbal’, zegt Vis, ‘is de snelheid van het spel. Het tempo ligt veel hoger dan bij veldvoetbal.’ Er staan immers maar vijf spelers op het veld en dat betekent dat er voor stilstaan geen tijd is. ‘Iedereen moet aan de bak en er is voor gelummel geen tijd.’

Maar goed. Vis is dus doof geboren en communiceert door middel van praten en liplezen. Dat is geen probleem als je in een doventeam speelt: Vis speelde twintig jaar lang voor het Nederlands zaalvoetbalteam voor doven en nam deel aan het EK en WK. In 2010 haalde hij er zelfs brons. Maar toen hij veertig werd, kwam aan die carrière een eind en ging hij coachen.

Gebarentaal

En zo rolde hij in 2012 binnen bij Theo van der Molen, de coach van het eerste team van de Groningse studentenfutsalvereniging drs. Vijfje. Om zijn coachdiploma te halen. Nu coacht hij het tweede herenteam en dat beviel zo goed dat hij genomineerd werd als coach van het jaar bij de ACKO.

Maar hij is dus wél doof. ‘Ja, dat was wel even wennen’, geeft hij toe. Het lastige is, vertelt hij, dat hij in gebarentaal veel sneller communiceert. ‘Maar ja, die horende studenten kennen geen gebarentaal. Dus moet ik praten.’

Dat kan hij natuurlijk wel, maar niet zo hard. Ook is duidelijk articuleren voor hem. Praten kost veel energie en hij wordt snel schor. ‘Spreken gaat twee tot drie keer langzamer dan wanneer ik gebaar’, zegt hij. ‘Toch ben ik het wel gewend. In het dagelijks leven moet ik ook praten.’

Verkeerd begrepen

Een ander verschil is kennis. ‘Als ik met dove sporters werk, weet ik wat zij wel en niet meekrijgen. Ik kan me beter verplaatsen in iemand die doof is.’

De trainingen begonnen dan ook met een doventolk langs de lijn, die de oefeningen en aanwijzingen van Vis vertaalde voor de studenten. Een totale mislukking. De tolk snapte niks van sport. ‘Spelers vroegen vervolgens aan mij of het echt waar was wat de tolk had gezegd. Bleek dat die het totaal verkeerd had begrepen.’

Dus de tolk vertrok en Vis bleef. En het werkt. Tenminste, antwoordt hij lachend: ‘Ik denk dat ze me begrijpen. Maar ze moeten ‘t dan ook nog doen, hè? Dat is wat anders. Maar het gaat steeds beter.’

Fanatiek en bevlogen

Jeroen Vos, keeper en student marketing management, traint nu twee jaar bij Vis. Hij herinnert zich de tolk nog wel. ‘Dat was niet zo’n succes. Sinds zij van het veld is verdwenen, gaat het veel beter.’

Nu past iedereen zich een beetje aan. ‘Bijvoorbeeld door tijdens de uitleg wat dichter bij elkaar te gaan staan.’ Hij vindt Vis een fanatieke en bevlogen coach.

Vis werkt op zijn beurt tijdens trainingen en wedstrijden vaak met een magneetbord. ‘Daarop kan ik oefeningen visualiseren. En lijntjes die spelers moeten lopen, teken ik dan uit.’

Elkaar coachen

Hij verwacht ook dat de spelers elkaar goed coachen. Daarnaast werkt Dick-Peter met gekleurde kaarten. Een kleur staat dan voor een bepaalde oefening. ‘Hou ik een groene kaart in de lucht, dan weet iedereen onmiddellijk wat we gaan doen.’

Het team traint eens keer per week en speelt in het weekend een competitiewedstijd. Maar studenten verdwijnen vaak voor stage of gaan voor studie naar het buitenland. Dat maakt het soms moeilijk om dingen op te bouwen. ‘Je moet telkens weer van voor af aan beginnen.’

Op dit moment staat zijn studententeam in de middenmoot. ‘Wil je weten hoe dat komt?’, vraagt hij geheimzinnig. ‘Ze zijn technisch nog niet zo goed. En het moet nog iets meer een team worden. Maar daar werken we aan.’

07-04-2014