Spinozawinnares: ‘Je moet volhouden en lef hebben’

Lef hebben en volhouden, dat heb je nodig om iets te bereiken in de wetenschap, denkt Spinozaprijswinnaar Cisca Wijmenga. En een enthousiaste onderzoeksgroep.

Ze is nog steeds helemaal beduusd. ‘Dit kan gewoon niet waar zijn’, dacht hoogleraar medische genetica Cisca Wijmenga na het telefoontje waarin ze hoorde dat ze de Spinozapremie van 2,5 miljoen euro had gewonnen.

Makkelijk om het verborgen te houden was het ook niet. Want vervolgens barstte er een circus los van grote kranten en media die haar allemaal wilden interviewen. Stiekem. Officieel mocht niemand ervan weten, dus Wijmenga moest smoesjes verzinnen.

Opgelucht

Maar nu is het écht en ze is enorm opgelucht dat ze het eindelijk mag vertellen. Aan haar moeder, bij wie ze overmorgen op bezoek gaat. Of aan haar oud-collega’s uit Utrecht, met wie ze morgen gaat eten. Gelukkig kon iedereen, want zeggen waarom ze na acht jaar weer even gedag wilde komen zeggen, mocht niet.

SpinozaWijmenga

Cisca Wijmenga (in het rood) wacht op haar beurt om haar dankwoord uit te spreken

2,5 miljoen dus. En de hoogste onderscheiding die een wetenschapper in Nederland te beurt kan vallen. De hele dag is in een roes voorbijgegaan – gisteren nog zat ze in Heidelberg voor een congres en ze heeft beroerd geslapen in dat hotel in Zoetermeer. Ze moest nog een interview doen met de NOS en oefenen hoe ze het podium op moest lopen.

En nu weet de hele wereld dat zijzelf, samen met chemicus René Janssen, godsdienstwetenschapper Birgit Meyer en wiskundige Aad van der Vaart, een Spinozaprijs in de wacht heeft gesleept.

Hele groep

Opvallend is haar bescheidenheid. Voor Cisca Wijmenga is dit niet alleen háár succes, maar ook dat van haar hele groep. Wetenschap, is haar vaste overtuiging, bedrijf je niet alleen. ‘Het is die onderzoeksgroep van slimme, gedreven mensen die het echte onderzoek doen’, zegt ze. ‘En ik heb een groep die echt heel goed met elkaar samenwerkt.’

‘Wat goed is voor de groep, is goed voor jou’

Dat klinkt gemakkelijk, maar het is in feite heel moeilijk. ‘Wetenschap heeft immers ook dat element van concurrentie’, zegt ze. ‘Van de beste willen zijn. Maar ik wil mijn promovendi en postdocs meegeven dat wanneer het goed gaat met de groep, het goed gaat met jou. Pas als ze vertrekken en elders aan de slag gaan, merken ze dat dat daarbuiten niet altijd zo geldt.’

Inspireren

Ze vindt het belangrijk om de jonge mensen in haar groep te inspireren, zoals haar eigen mentor uit Leiden dat deed bij haar. ‘Toen ik vertrok naar Utrecht, zei hij: ‘Pas na vijf jaar mag je zeggen of dit een goede of slechte beslissing is geweest.’ En dat is als een mantra blijven hangen, wanneer het niet goed ging, wanneer dingen niet van de grond kwamen. Je moet het minstens vijf jaar volhouden!’

En na die vijf jaar wérd het ook anders. Onderzoekslijnen begonnen resultaat af te werpen en Wijmenga begon te groeien. Het heeft haar geleerd om vol te houden, ook als onderzoek niet onmiddellijk succesvol lijkt. ‘Ik heb in Amerika geleerd dat je groot moet durven denken’, zegt ze. ‘Je moet de top van de berg willen bereiken en dan gaan bedenken hoe je daar moet komen, met kleine stapjes. En dan kom je erachter dat er achter die top nog een andere top zit.’

Lef hebben

Die stapjes, daar heeft ze haar onderzoeksgroep voor nodig. Samen brainstormen om nieuwe ideeën te bedenken. ‘Of, zoals met een van mijn promovendi, Lude Franke: dan verzinnen we tien waanzinnige plannen, waarvan er negen totaal onuitvoerbaar zijn. Maar dat is niet erg. Want je moet ook lef hebben, het lef om in het diepe te springen en vast te houden aan een idee waarin je gelooft.’

Spinozauitreiking Wijmenga

12-06-2015