thumb-pannenkoeken-eten

Waarom is gezond eten zo moeilijk?

Van alle kanten worden we om de oren geslagen met voedingsadviezen. De gezondheidsraad, supermarkten en zelfs de buurvrouw: iedereen weet wat jij het beste kunt eten. Maar dan komen de feestdagen en gaat het toch weer mis. Waarom is het zo lastig om gezond te eten?

De gemiddelde Nederlander eet elke dag zo’n 125 gram groente en één stuk fruit. En dat terwijl de aanbeveling van het Voedingscentrum, 2 ons groente en twee stuks fruit, algemeen bekend is. Dat we ons niet aan dit soort regels houden, ligt waarschijnlijk aan onze genen. ‘Onze genen komen nog uit de oertijd en zijn gericht op het innemen van zoveel mogelijk energie, dus hoog calorisch voedsel’, vertelt RUG-hoogleraar interne geneeskunde Stephan Bakker.

‘Je eet maar gewoon wat de pot schaft’
Deze genen zijn in de huidige tijd niet bepaald handig, aangezien we nu veel minder energie verbruiken. Peter de Jong, hoogleraar experimentele psychopathologie, beaamt dat wij een voorkeur hebben voor calorierijk eten: ‘In testen zien we dat mensen automatisch voor hoog calorisch of vet voedsel kiezen. Dat betekent dat je jezelf elke keer actief moet controleren als je een ander eetpatroon wilt.’

Duidelijke adviezen

Om deze natuurlijke neigingen te sturen, stelt de Gezondheidsraad elk decennium nieuwe richtlijnen op die door het Voedingscentrum naar de praktijk worden vertaald. Afgelopen jaar zijn de richtlijnen uit 2006 herzien. Volksgezondheidsonderzoeker Daan Kromhout was voorzitter van de commissie die de nieuwe richtlijnen opstelde. Hij vindt dat de adviezen nu vooral praktischer zijn: ‘Eerdere richtlijnen hadden het over voedingsstoffen zoals vetzuren, maar zeiden niet waar deze stoffen in zaten. Zo weten maar weinig mensen dat 90 gram volkorengranen overeenkomt met drie sneetjes volkorenbrood.’

Als je de richtlijnen volgt, heb je minder kans op een hele rits aan ziekten: hart- en vaatziekten, diabetes type 2, longkanker, darmkanker en borstkanker. Het opstellen van de richtlijnen die rekening houden met al deze ziekten is een ingewikkeld proces. Over de hele wereld onderzoeken wetenschappers de relatie tussen voeding en chronische ziekten, en de resultaten zijn vaak tegenstrijdig. Kromhout: ‘De commissie gebruikte alleen de beste onderzoeken, onderzoeken die een betrouwbare methode en de minste vertekening hadden.’ Ook maakte de commissie gebruik van meta-analyses die de resultaten van alle onderzoeken samen in kaart brachten. Dit moest voor betrouwbare conclusies zorgen.

Toch zeggen ook de betere studies nog lang niet alles. ‘Veel studies maken gebruik van voedingsvragenlijsten, maar die zijn niet altijd betrouwbaar’, vertelt Bakker. Hij onderzoekt zelf in samenwerking met LifeLines het verband tussen eiwitten en ziekten. Voor dit onderzoek analyseert hij onder meer 24-uurs urine van de deelnemers. Maar ook dat onderzoek is niet waterdicht. Bakker: ‘Je kunt niet meten hoeveel energie iemand inneemt of verbruikt, dus weet je niet of de verbanden die je legt, kloppen.’

Nuttige regels?

De wetenschap heeft volgens Bakker nog een paar jaar nodig om een echt betrouwbare meetmethode te ontwikkelen. Het is dus waarschijnlijk dat de richtlijnen tegen die tijd weer veranderen. Dat betekent echter niet dat de huidige adviezen onzin zijn. ’50 jaar geleden at iedereen in Nederland ongeveer hetzelfde en kreeg je alle nodige voedingsstoffen wel binnen’, vertelt De Jong. ‘Nu leert niet iedereen hetzelfde eetpatroon aan, omdat we zoveel verschillende dingen kunnen eten. Het is dus belangrijk om te weten waar we op moeten letten.’

‘Als je iets vaker eet, raak je vanzelf aan de smaak gewend’
Ook Bakker ziet het nut van de richtlijnen, maar hij erkent dat het lastig is om je eraan te houden: ‘Lang niet iedereen zal de adviezen opvolgen. Ik heb er zelf ook wel ideeën over, maar als ik er thuis over begin, krijg ik te horen: je eet maar gewoon wat de pot schaft.’

Is het dan onmogelijk om een gezonder eetpatroon aan te wennen? ‘Nee’, zegt De Jong. ‘Als je bewust met eten bezig bent, kun je zeker gezonder eten.’ Maar daar ligt nou juist het probleem. We eten steeds vaker voor de tv, of we zijn ondertussen aan het kletsen. De Jong: ‘Als je er niet over nadenkt, eet je vaak meer dan je van plan was.’

Dooreten

We moeten dus goed letten op wat we eten. Daarnaast kunnen we ook proberen om gevarieerder te eten door dingen die we in eerste instantie niet lekker vinden nog eens te proberen. ‘Als je iets vaker eet, raak je vanzelf aan de smaak gewend’, legt De Jong uit. Dat betekent niet meteen dat je het ook lekker gaat vinden: ‘Je smaak verandert niet, maar je krijgt mogelijk wel meer positieve associaties met het voedingsmiddel. Dat zorgt ervoor dat je het sneller nog een keer zou eten.’

De Jong heeft nog wat extra tips voor mensen die het moeilijk vinden om minder te eten: ‘Eet op vaste tijdstippen en gebruik een klein bord.’ Daarnaast is het natuurlijk altijd makkelijker om je te beheersen als er geen chips en snoep in de kast liggen. Maar met alle verleidelijke aanbiedingen in de supermarkt is ook dit waarschijnlijk makkelijker gezegd dan gedaan.

De nieuwe adviezen op een rijtje

– Eet dagelijks ten minste 200 gram groente en ten minste 200 gram fruit
– Eet dagelijks ten minste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere volkorenproducten
– Eet wekelijks peulvruchten
– Eet ten minste 15 gram ongezouten noten per dag
– Neem enkele porties zuivel per dag, waaronder melk of yoghurt
– Eet een keer per week vis, bij voorkeur vette vis
– Drink dagelijks drie koppen thee
– Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten
– Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën
– Vervang ongefilterde door gefilterde koffie
– Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees
– Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken
– Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag
– Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag
– Het gebruik van voedingsstofsupplementen is niet nodig, behalve voor mensen die tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt.

04-01-2016