• Alain

    Connaisseur

    Studenten zonder drank is als een snackbar zonder friet: armoedig. Als er maar alcohol in zit, nietwaar? Toch is drankkeuze aan evolutie onderhevig. Volgens de overleveringen dronken hele volksstammen sherry bij kringgesprekken van de plattelandsvrouwen en feestjes van het vrouwencorps. Bij mannen veroorzaakte groepsdruk een royale inname van jenever. Voor de meer gesofisticeerde student gold Franse cognac als de standaard. Althans, als je daarbij quasi-nonchalant het Algemeen Handelsblad las, terwijl je aan een sigaar lurkte.

    Vervlogen tijden. Nederland is een wijnland geworden. Vrouwen willen niet anders dan wit en rosé. Mannen gaan voor het serieuze rood. Door mijn vrouwelijke eigenschappen hou ik van alle drie. Ik proef graag. Het liefst samen – in m’n eentje voel ik me zo’n alcoholist in wording – zoals met mijn hoogleraar. Een Vlaming mét bourgondische inborst. Na een bespreking in een desolaat stuk Nederland stopten we onderweg voor een hapje en een drankje.

    Samen liepen we de wijnkaart door. “Ge zijt een connaisseur” riep hij, nadat ik een paar sappige wijnanekdotes te berde bracht. De serveerster – strak in het pak, zo strak dat ik hoopte dat ze iets liet vallen – adviseerde desondanks de huiswijn (duidelijk geen gevoel voor money-making, maar dat terzijde).

    Twee glazen dieprode vloeistof. ‘Amai, deze ruikt goe èh’. Het snobistische gewauwel over geuren van bewerkt leer, gemaaid gras of linkskrullende vanillestokjes vermijdend, probeerden we te ruiken welke druif het betrof. Ik walste, ik rook, ik proefde: geen flauw idee. Mijn hoogleraar daarentegen: ‘Shiraz, zeker en vast. ‘ En na één slok: ‘Chileens.’ Een wetenschapper is pas tevreden met bewijs. De serveerster werd gewenkt en snelde met de fles naar ons toe. En ja hoor: een Chileense Shiraz.

    Ik erken mijn meerdere. In alle facetten: baas boven baas.

    Alain Dekker is 4e jaars klinisch moleculaire neurowetenschappen.

    Foto Reyer Boxem