• Wendy

    Station

    Ik ben moe, slaperig en chagrijnig. Niet zo gek als je na een promotie in Nijmegen, een eetafspraak in Arnhem en een gemiste aansluiting in Zwolle om half 1 ’s nachts uit de trein rolt in Groningen.

    Terwijl ik sta te wachten tot het stoplicht groen wordt, hoor ik ineens een hels kabaal.

    Ik veeg de regendruppels van mijn brillenglazen om te kijken wat er aan de hand is. Een hoogblond, jong meisje in hipster outfit – korte broek met kapotte panty eronder – fietst me tegemoet. Haar bijna identiek ogende vriendin, loopt met de fiets aan de hand achter haar aan.

    ‘Ik weet echt niet meer waar we zijn hoor. We zijn echt helemaal verdwaald, ik weet niet hoe ik thuis moet komen’, schreeuwt het eerste meisje naar het tweede.

    ‘Doe niet zo dramatisch. Ik weet precies waar we zijn hoor. Kijk, daar hebben we college’, stelt het tweede meisje haar vriendin gerust.

    Ze wijst achter me. Stomverbaasd draai ik me om. Het station? Blijkbaar zijn de lichtgevende letters die ‘station’ spellen en de aankomende trein geen reden om te geloven dat ze daar vanochtend géén college heeft gevolgd.

    ‘Als we hier rechtdoor fietsen belandden we vanzelf op de Grote Markt.’

    Ik twijfel. Zal ik er wat van zeggen? Moet ik ze vertellen dat ze geen college hebben gehad in de restauratie van Groningen CS? De horrorverhalen over zinloos geweld maken wel dat je even goed nadenkt voordat je midden in de nacht iemand aanspreekt op straat.

    Maar ze zien er niet gevaarlijk uit. Integendeel, ze hebben een hogere aai-factor dan oei-factor. Bovendien, als ik in hun plaats was, zou ik willen dat iemand me hielp. Wat leven we toch in een fucked up wereld als je je medemens niet eens zonder nadenken de weg durft te wijzen…

    Ik draai mijn hoofd in hun richting van de meisjes. Ik open mijn mond… Maar te laat.

    Daar fietsen ze.

    Richting Haren.

    Wendy Docters werkt als oio bij het Kernfysisch Versneller Instituut

    Foto Reyer Boxem