• Wendy

    Oude man

    Elke maandag tot en met vrijdag, rond vijf voor acht. Vanuit het park bij Selwerd fiets ik onder het bruggetje door, de Paddepoelsterweg. Een landelijke route richting het KVI, tussen de weilanden, bijenkasten en boerderijen door. Meestal zie ik hem al op grote afstand: altijd in het grijs, zwart of bruin gekleed, een oudemannenpet op als het koud is en een paraplu als er regen dreigt. En elke ochtend als ik hem zie, maakt mijn hart een sprongetje.

    Een paar weken nadat ik de route had ontdekt, groette hij me voor het eerst. ‘Morgen, morgen.’ Inclusief een zwaaiende groet.

    Ik kom uit Zeeuws-Vlaanderen waar het niet ongewoon is dat vreemde mensen elkaar groeten, dus mijn opvoeding nam het direct over. Terwijl ik doorfietste, draaide ik me nog eens om om te kijken of ik de man niet gedroomd had. Maar nee hoor, daar liep hij, ietwat voorovergebogen de weg af. Zo’n oprechte en simpele begroeting, in een stad waar de mensen hun buren niet eens kennen en iedereen langs elkaar heen leeft: ik werd er een beetje sentimenteel gelukkig van.

    Vanaf die dag was het groeten een gewoonte. Na mijn vriend was de oude man de eerste persoon die ik elke ochtend sprak. Als hij dezelfde kant opliep als ik fietste, draaide ik me op mijn fiets om om hem toch nog even te kunnen groeten. En elke ochtend leek hij oprecht blij om mij te zien.

    Al snel kwam ik erachter dat alle voorbijgangers op de Paddepoelsterweg dezelfde behandeling kregen. De hardlopers, de professor op weg naar zijn werk, zelfs de middelbare scholieren: hij groette ze allemaal en allemaal groetten ze terug.

    Maar de laatste tijd heb ik de man niet meer gezien. De dagen worden korter, het wordt kouder, en ik kan me voorstellen dat hij lekker binnen blijft. Maar in mijn achterhoofd fluistert een stemmetje: ‘Wat als hij niet meer terug komt? Wie deelt dan nog dat beetje geluk uit?’

    Dus doe ik het nu zelf. ’s Ochtends groet ik iedereen op de Paddepoelsterweg.  Mijn buren krijgen een welgemeend ‘goeiedag’ als ik ze tegen kom en ik maak een praatje met de cassière van de supermarkt. Als ik ook maar één iemand een beetje sentimenteel gelukkig maak, net zoals de oude man bij mij deed, dan is mijn missie geslaagd. Misschien denkt dan later iemand ook zo aan mij terug als ik aan de oude man op de Paddepoelsterweg. Daar zou ik trots op zijn.

    Wendy Docters werkt als oio bij het Kernfysisch Versneller Instituut

    Foto Reyer Boxem