• Alain

    Smog

    Ik zou willen dat er geen vuiltje aan de lucht was, maar de realiteit is anders: benauwend. Ieder journaal opent ermee, knallende koppen in de kiosk en verbijsterende foto’s op internet. Parijs kreunt onder zware smog. Met dank aan een hogedrukgebied dat niet wil bewegen.

    Er is geen ontkomen aan. Op de grote boulevards en vlakbij de Périphérique lijkt het gevoelsmatig het ergst, maar in de parken, langs het water of op m’n kamer hangt dezelfde verstikkende lucht.

    Die grijze smogdeken is overal. Al een week lang. Van de Eifeltoren is alleen nog een vaag silhouet zichtbaar, de Sacré-Coeur van Montmartre is compleet verdwenen en van mijn uitzicht op de vijfde verdieping van het ziekenhuis is weinig over.

    In het licht van de lantarenpalen lijkt het te miezeren, maar het is kurkdroog. De kunststofkozijnen van m’n kamer zijn niet meer wit. M’n ogen prikken, m’n oogleden plakken en ik heb een keel als schuurpapier. ’s Avond voel ik me vies, alsof ik me al dagen niet heb gewassen.

    In een stad met twaalf miljoen inwoners is men gewend aan smok, maar deze week is het extreem. ‘Kunnen we niet op congres naar Groningen?’, roepen mijn collega’s.

    Vluchtgedrag dat de Parijzenaar kenmerkt. De historie toont dat men tot weinig meer in staat is dan waardeloze symptoombestrijding: 60 km/u op de Périphérique, kosteloze ov-fietsen en gratis gebruik van elektrische huurauto’s.

    Daadwerkelijk ingrijpen gebeurt niet. Bang om parkeergelden kwijt te raken, zijn autovrije zones onvindbaar. Zelfs de nauwe, toeristische winkelstraatjes van het Quartier Latin en de Marais rij je zo in. Fietsen is levensgevaarlijk en het openbaar vervoer kan de drukte niet aan.

    Overvol of niet, de metro is gratis tot het einde van de smoggolf. Gevolg? Uitpuilende stations en overvolle treinen waarvan de deuren amper dicht kunnen. Het zijn veetransporten zonder persoonlijke ruimte en met een putlucht die nog benauwder is dan buiten.

    Nooit verwacht dat ik zou hunkeren naar Hollandse wind en regen.

    Alain Dekker is vijfdejaars student klinisch moleculaire neurowetenschappen (BCN) en doet zijn afstudeeronderzoek bij het Pitié-Salpêtrièreziekenhuis in Parijs.

    Foto Reyer Boxem

    [vsw id=”vSCoevaeRGM” source=”youtube” width=”425″ height=”344″ autoplay=”no”]